Skip to main content

Hanzestad Deventer: handelen in Europa

Te zien t/m 14 januari 2024

Hanzestad Deventer: handelen in Europa is een tentoonstelling over de rol van Deventer als internationale handelsstad in de middeleeuwen. Aan de hand van opmerkelijke verhalen en spannende bodemvondsten ontdek je hoe de langeafstandshandel in de Hanzetijd werkte.

De Hanze
Deventer is een echte middeleeuwse stad. Toen Amsterdam en Rotterdam nog kleine dorpjes waren, hadden de Hanzesteden in het oosten van Nederland zich al ontwikkeld tot machtige handelscentra. Eén van de oorzaken: het krachtige Hanzenetwerk.

De handel ging grotendeels over zee met de eerste vrachtschepen van de middeleeuwen, de koggen. Door samenwerking konden de Hanzesteden goedkoper werken en bovendien was het veiliger om in elkaars gezelschap te reizen vanwege piraten. Vanaf het jaar 1356 was de Hanze niet alleen meer een verbond van de handelslieden uit de steden, maar van de steden als geheel. De handelswaar bestond onder andere uit zout, vis (haring en stokvis), granen, hout, bier, wijn, laken, bijenwas en pelzen. De Hanze groeide uit tot een machtig netwerk van handelssteden in het gebied dat grenst aan de Noordzee en de Oostzee.

Dit beeld uit 1552 toont het oudste bekende stadsaanzicht van Hanzestad Deventer (Collectie Museum De Waag)
Oude stadsaanzicht van Hanzestad Deventer. Houtsnede 1552

Over de tentoonstelling
De tentoonstelling ‘Hanzestad Deventer: handelen in Europa’ geeft je een fascinerend inzicht in de rol die Deventer speelde in deze internationale markt. Hoe liepen de verschillende handelsroutes, wat waren de gebruiken en welke producten werden er verhandeld? Recent onderzoek heeft bijvoorbeeld aangetoond dat darmparasieten uit beerputten in verschillende Europese Hanzesteden terug te voeren zijn op het land van herkomst. Van Tallinn in Estland tot aan Brugge in België en van Hanzehoofdstad Lübeck tot aan het Noorse Bergen. Na je bezoek aan De Waag weet je alles over de Hanzestad Deventer.

De tentoonstelling is tot stand gekomen in samenwerking met Archeologie Deventer en het Provinciaal Depot voor Bodemvondsten Overijssel en mede mogelijk gemaakt door het Prins Bernhard Cultuurfonds.