Dit jaar is het 50 jaar geleden dat de filmproductie van klassieker ‘A Bridge Too Far’ in Deventer neerstreek. In 1976 was de stad compleet in de ban van de brug. De grootschalige verfilming van Operatie Market Garden trok maar liefst veertien internationale filmsterren, onder wie Sean Connery en Anthony Hopkins, naar de stad.
Museum De Waag viert vanaf 28 maart 2026 de opnames van de toen duurste film aller tijden met een tentoonstelling in De Waag. Ook stadswandelingen naar filmlocaties, verhalenbijeenkomsten en speciale VIP-avonden met gratis entree zijn onderdeel van de viering. Verder wordt een rijkelijk geïllustreerd boek met verhalen en herinneringen aan de film uitgebracht. Intussen is het museum bezig om te verkennen of een gedenkplaquette aan de brug te realiseren valt.
Filmopnamen voor A Bridge Too Far in Deventer. Soldaten trekken over de brug op 18 mei 1976 (Foto door Rob Mieremet Anefo en Nationaal Archief)
Deventer fungeerde in 1976 als filmdecor omdat Arnhem, het werkelijke strijdtoneel van de Tweede Wereldoorlog operatie ‘Market Garden’, na de oorlog zodanig was gemoderniseerd dat het historische karakter grotendeels verloren was gegaan. Deventer bood daarentegen een authentieke, sobere en licht vervallen stadsomgeving. Dat de Wilhelminabrug in Deventer sterk leek op de Arnhemse Rijnbrug, maakte de stad tot het meest passende decor.
Veel bekijks bij een tank in wijk de Zandweerd in Deventer (Foto Beeldarchief Gilde Deventer)
Voor veel inwoners was het een bijzondere periode waarin het dagelijkse stadsbeeld ineens werd gevuld met honderden voertuigen, duizenden figuranten en enorme decors en explosies. De film, geregisseerd door Richard Attenborough, werd de duurste filmproductie van zijn tijd en laat tot op heden nog steeds sporen na in het collectieve geheugen van de stad.
Special effects op de Wilhelminabrug in Deventer (Foto Beeldarchief Gilde Deventer)
Tentoonstelling Vanaf 28 maart 2026 presenteert Museum De Waag de tentoonstelling ‘A Bridge Too Far, Hollywood in Deventer'. De tentoonstelling neemt je mee terug in de tijd van die historische filmopnames. Met foto’s en video’s van Beeldarchief Gilde Deventer, rekwisieten uit de film en persoonlijke verhalen kom je, veel te weten over de impact die de film op de stad en haar inwoners had. De tentoonstelling wordt mede mogelijk gemaakt door gemeente Deventer, VSBfonds, Fonds Sluyterman van Loo en het Cultuurfonds Overijssel.
Filmopnamen voor A Bridge Too Far in Deventer. Soldaten trekken over de brug 18 mei 1976 (Foto door Rob Mieremet Anefo en Nationaal Archief)
Breed programma Aan de tentoonstelling zijn ook verschillende verhalenbijeenkomsten verbonden. Ooggetuigen worden uitgenodigd om foto’s, documenten, filmfragmenten en persoonlijke anekdotes te delen. In het kader van vijftig jaar ‘A Bridge Too Far’ mag een speciale publicatie over het, volgens sommigen, slaperig provinciestadje dat geheel toevallig onderdeel werd van een internationaal filmavontuur en zich hierin dankbaar liet meeslepen, niet ontbreken. Maar ook een speciale stadswandeling die bezoekers meeneemt langs verschillende filmlocaties in Deventer is een onderdeel van de programmering.
In 2026 is het 50 jaar geleden dat de film A Bridge Too Far in Deventer werd opgenomen. Daarom kun jij bij Museum De Waag zelf een filmmaker worden.
Maak je eigen film met het miniatuurlandschap in de kelder van het museum als decor. Gebruik de figuurtjes en het landschap om jouw verhaal tot leven te brengen. Je kunt bijvoorbeeld een stopmotionfilm maken: je maakt steeds een foto en verplaatst de figuren telkens een klein stukje. Als je alle foto’s achter elkaar zet, lijkt het alsof alles beweegt. Maar je mag het ook helemaal op je eigen manier doen.
Als regisseur bepaal jij wat er in beeld komt: het decor, de figuren en de plekken die jouw verhaal vertellen. Je mag ook thuis verder werken of verschillende plekken combineren. Zo maak je een film die helemaal van jou is.
Stuur je filmpje naar ons op en deel het eventueel op social media met de hashtags #museumdewaag, #abridgetoofar #ABTF en #hollywoodindeventer.
De leukste filmpjes laten we zien op het grote scherm in MIMIK. En misschien win je wel een bioscoopkaartje.
Regels
Film maximaal 5 minuten
Vermeld je naam, e-mailadres en een korte uitleg over je film en keuze
Disclaimer Door een filmpje in te sturen geef je Deventer Verhaal en/of Museum De Waag toestemming om je film te bekijken, te beoordelen en – als deze wordt geselecteerd – te vertonen tijdens het programma in MIMIK (inclusief verspreiding via onze website(s) en sociale media. Jouw naam kan daarbij worden vermeld. De contactgegevens die je meestuurt gebruiken we alleen voor deze actie en worden daarna niet verder bewaard en/of gedeeld.
Aan de slag: filmprop knutselen
Voor deze activiteit heb je geen ticket voor het museum nodig.
Op de zondagen 3 mei, 7 juni, 5 juli, 2 augustus en 6 september 2026 ben je van 11:00 tot 13:00 uur van harte welkom in de kelder van Museum De Waag om je eigen filmprops of miniatuurset te maken. Vijftig jaar geleden was Deventer het decor voor de oorlogsfilm A Bridge Too Far. Nu ben jij aan zet en maak je je eigen filmlandschap en/of filmrekwisiet.
Wil je een spannend of tragisch verhaal verbeelden, reflecteren op hedendaagse oorlogen of juist een komisch moment naspelen? Dit is jouw moment om regisseur te zijn! Je kunt gebruikmaken van het miniatuurlandschap in de kelder van het museum als decor voor je film, maar je mag ook op pad gaan in de stad, thuis verder filmen of combineren. Zo geef je jouw film helemaal je eigen vorm en kies je zelf welke locaties en beelden jouw verhaal versterken.
Deel jouw creatie via onze socials met de hashtags #abridgetoofar of #museumdewaag en maak tevens kans op een bioscoopbon en een speciaal A Bridge Too Far-herinneringsattribuut. Ook mag je je creatie delen via info@deventerverhaal.nl.
V.I.P. avonden
Speciaal voor de viering van 50 jaar A Bridge Too Far, organiseren we gedurende de looptijd van de tentoonstelling V.I.P. avonden. Voel je als een echte Hollywood-ster als je straks over onze rode loper het museum binnenloopt.
Onze V.I.P. avonden zijn gratis toegankelijk van 16:00 tot 20:00 uur op:
7 mei
18 juni
9 juli
8 oktober
5 november
Verhalenbijeenkomsten
A Bridge Too Far vormt een uniek hoofdstuk in de geschiedenis van Deventer. Wie hieraan zelf geen herinnering heeft, kent wel een familielid, buur of collega met een goed verhaal over toen Deventer veranderde in een Hollywood-set.
Vijftig jaar later staan we stil bij dit unieke moment in de geschiedenis van Deventer. Reis met ons mee naar het Deventer van 1976 tijdens een A Bridge Too Far verhalenmiddag. Meerdere sprekers vertellen hun persoonlijke herinnering. Ook wordt er ruimte geboden voor verhalen uit de zaal. Misschien wel jouw verhaal?
Donderdag 25 juni 2026 De Bibliotheek Deventer Centrum, 19:30 – 21:30 uur
Het bijwonen van de verhalenavond is gratis. Let op: er zijn een beperkt aantal plaatsen. Vooraf reserveren is verplicht.
De verhalenbijeenkomst is een samenwerking tussen Raster, erfgoedorganisatie Deventer Verhaal en verhalenteam #DeventerVerhalen.
Stadswandeling: A Bridge Too Far, Hollywood in Deventer
Deventer was in 1976 het decor van de filmklassieker A Bridge Too Far. De film, gebaseerd op het gelijknamige boek van Cornelius Ryan, gaat over het geallieerde offensief Operation Market Garden, dat plaatsvond in september 1944 en strandde bij de Rijnbrug in Arnhem.
Filmproducent Joseph E. Levine week voor de verfilming van A Bridge Too Far uit naar Deventer, nadat Arnhem ongeschikt bleek. Wat volgde was een onvergetelijke zomer waarin Deventer in de ban raakte van een gigantische filmproductie.
Wandel langs de Deventer locaties die een rol hebben gespeeld bij de opnames van A Bridge Too Far.
De opnames van de oorlogsfilm A Bridge Too Far maakten van Deventer in 1976 tijdelijk het decor van een internationale filmproductie. Wat normaal volgens sommigen een rustige provinciestad was, veranderde maandenlang in een levendige filmset waar een groot Hollywoodproject tot leven kwam.
Van april tot en met september 1976 stond de stad volledig in het teken van de filmopnames. Voor veel inwoners was het een bijzondere ervaring: hun eigen Wilhelminabrug werd voor de film in brand gezet, tanks reden door de straten en het geluid van explosies en mitrailleurs was regelmatig te horen.
Met deze spectaculaire scènes probeerde de film de gebeurtenissen rond Operation Market Garden uit september 1944 zo realistisch mogelijk in beeld te brengen. Deventer speelde daarmee een opvallende rol in een van de bekendste oorlogsfilms over de Tweede Wereldoorlog.
In september 1944 startten de geallieerden een gewaagde operatie om de snelle opmars in Europa voort te zetten: Operation Market Garden. Het plan was ambitieus. Door een combinatie van luchtlandingen en een snelle opmars van grondtroepen wilden de geallieerden de bruggen tussen Eindhoven en Arnhem veroveren en zo doorstoten naar het Duitse Ruhrgebied, het industriële hart van nazi-Duitsland. Sommige planners hoopten zelfs dat de Tweede Wereldoorlog vóór kerst 1944 voorbij zou zijn.
Op 17 september 1944 sprongen duizenden Amerikaanse, Britse en Poolse parachutisten uit vliegtuigen die vanuit Engeland naar Nederland waren gevlogen. Hun opdracht was het veiligstellen van strategische bruggen bij onder andere Eindhoven, Nijmegen en Arnhem. Tegelijkertijd rukten geallieerde grondtroepen vanuit het zuiden op om de parachutisten te versterken.
De operatie begon met enkele successen, waaronder de bevrijding van Eindhoven op 18 september. Toch bleek al snel dat de Duitse tegenstand sterker was dan verwacht. Een opgeblazen brug bij Son moest eerst worden hersteld, radioverbindingen werkten slecht en sterke Duitse eenheden op de Veluwe vertraagden de opmars.
Bij Arnhem wist een bataljon onder leiding van John Dutton Frost de noordzijde van de Rijnbrug te veroveren. Vanuit huizen bij de brug hielden de Britse parachutisten dagenlang stand tegen de Duitse troepen. Versterking bleef echter uit. Uiteindelijk moesten de overgebleven soldaten zich overgeven en kwam de brug weer in Duitse handen. Arnhem bleek letterlijk een brug te ver.
De mislukking bij Arnhem betekende het einde van Operation Market Garden. In totaal vielen er ongeveer 17.000 geallieerde slachtoffers.
Van geschiedenis naar boek en film
De dramatische gebeurtenissen van september 1944 kregen internationale bekendheid door het boek A Bridge Too Far van Cornelius Ryan. Op basis van interviews en correspondentie met ongeveer 1.500 betrokkenen reconstrueerde Ryan de ambitieuze maar mislukte operatie.
Nog voordat het boek volledig was afgerond, raakte filmproducent Joseph E. Levine geïnteresseerd in een verfilming. Levine had eerder grote successen geboekt met films als Hercules en The Graduate. Voor zijn nieuwe project wilde hij opnieuw groots uitpakken.
Voor de regie koos Levine voor Richard Attenborough. Hoewel Attenborough toen nog relatief weinig ervaring had als regisseur, zag Levine in hem de juiste persoon om van de film meer te maken dan een gewone oorlogsfilm. Het scenario werd geschreven door de beroemde scenarist William Goldman.
Waarom Deventer als filmdecor werd gekozen
Tijdens de voorbereidingen ontstond een praktisch probleem. De omgeving rond de Rijnbrug in Arnhem was na de oorlog grotendeels vernieuwd en zag er te modern uit om het Arnhem van 1944 overtuigend te kunnen verbeelden.
Tijdens de zoektocht naar een geschikte locatie kwam Levine uit in Deventer. De stad bleek een ideaal alternatief. Rond de Wilhelminabrug was voldoende ruimte voor filmdecor en op sommige plekken leek de bebouwing nog sterk op die van de jaren veertig.
In de zomer van 1975 nam Levine voor het eerst contact op met de gemeente Deventer en met Rijkswaterstaat. Hij maakte duidelijk dat Deventer volgens hem de beste plek was om de film realistisch te kunnen opnemen.
Een grote kans voor Deventer
Voor de stad was het verzoek bijzonder, maar ook aantrekkelijk. Deventer kampte in die periode met financiële problemen en stond bekend als een zogenoemde artikel-12-gemeente. De komst van een internationale filmproductie kon daarom een belangrijke impuls geven aan de publiciteit en het lokale bedrijfsleven.
De voorbereidingen waren echter omvangrijk. Er werden werkgroepen opgericht, hoorzittingen georganiseerd en de plannen moesten langs gemeenteraad en minister. Uiteindelijk kwam in september 1975 het officiële besluit: de film A Bridge Too Far zou daadwerkelijk in Deventer worden opgenomen.
Filmopnames in Deventer (1976)
De opnames vonden plaats van april tot en met september 1976. Hoewel de Wilhelminabrug een belangrijke rol speelde, werd er ook op andere locaties in en rond Deventer gefilmd. De stad veranderde maandenlang in een enorme filmset, compleet met militaire voertuigen, explosies en tijdelijke filmdecors.
Voor Deventer betekende de productie van A Bridge Too Far een unieke periode waarin geschiedenis, film en stad samenkwamen.
Op 16 augustus 1976 stond de Brink vol met jeeps. Parkeermeters en lantaarnpalen waren verwijderd, aangezien die dertig jaar geleden nog niet bestonden. Soepel reed die ochtend een jeep met daarin acteur Edward Fox vanaf De Waag richting de Golstraat. Fox speelde generaal Horrocks en de Brink is in de film het Belgische Leopoldsburg, waar Horrocks de grondtroepen in 1944 uitlegde welke immense operatie hen te wachten stond.
Deze inhoud kan niet worden weergegeven.
Om deze inhoud te kunnen tonen, hebben we toestemming nodig voor het plaatsen van marketing cookies.
Een kleine week later was de Brink op zondag 22 augustus 1976 opnieuw het middelpunt van de film. Dit keer nam het plein de rol aan van Eindhoven, waar op 18 september 1944 de bevrijding plaatsvond. Het moest een immense scène worden, waarvoor ruim duizend figuranten zich hebben gemeld.
Attenborough was die opnamedag blij met de enorme opkomst. Mooi dat alle kapsels en kleding tot in detail waren aangepast aan die van 1944. Maar het moest van hem allemaal veel uitbundiger. “Jullie hebben net vijf jaar oorlog achter de rug. Dan mag je wel wat enthousiaster zijn!”, schalde hij over de Brink.
De menigte joelde, harder en harder. Onafgebroken speelde draaiorgel De Turk ‘Oranje Boven’. Een massa van oranje en rood-wit-blauw, bewoog langs De Waag. Een parade van pantserwagens en jeeps werd juichend en zwaaiend onthaald. Te midden van alle oranje-euforie volgde een dialoog tussen kolonels Stout en Vandeleur, gespeeld door Elliott Gould en Michael Caine. Natuurlijk moest ook deze scène keer op keer opnieuw. Niemand vond het erg. Wie niet mee kon spelen, stond achter de hekken bij het Bergkwartier. Rijendik zag het publiek hoe op de Brink het verleden herleefde en nieuwe geschiedenis werd geschreven. Voor de film en de stad.
Deze inhoud kan niet worden weergegeven.
Om deze inhoud te kunnen tonen, hebben we toestemming nodig voor het plaatsen van marketing cookies.
Luxor
In de grote zaal van de voormalige Luxor bioscoop is de scène gefilmd waarin generaal Horrocks zijn troepen toespreekt. Voor een immense landkaart enthousiasmeert Horrocks de zaal over het plan van duizenden parachutisten, te overwinnen bruggen en de kans om in hoog tempo voor goed af te rekenen met de vijand. Geen makkelijke operatie, geeft hij toe. Wel een avontuur dat hij voor geen prijs wil missen. ‘Een verhaal dat je aan je kleinkinderen zult vertellen.’
Deze inhoud kan niet worden weergegeven.
Om deze inhoud te kunnen tonen, hebben we toestemming nodig voor het plaatsen van marketing cookies.
In dezelfde zaal vond 21 juni 1977 de Europese première van A Bridge Too Far plaats. Het was een avond met gemengde gevoelens. Na een feestelijk afscheid in oktober 1976 raakten de verhoudingen tussen Joseph Levine en Deventer ernstig bekoeld. Van de eerder vastgelegde afspraak om de wereldpremière te houden in Deventer bleef uiteindelijk niet meer over dan eerste Europese vertoning, een dag voor de gala-première in Amsterdam.
De precieze oorzaak van deze afloop is nooit helemaal helder geworden. Levine bleek eenmaal vertrokken minder makkelijk bereikbaar dan tijdens zijn verblijf langs de IJssel, terwijl er nog zaken afgehandeld diende te worden. Zo had de gemeente aan Levine een voorstel gestuurd voor de verbouwing van de schouwburg, om deze gereed te maken voor de beloofde wereldpremière.
Levine op zijn beurt liet na een lange radiostilte uiteindelijk weten dat Deventer wel genoeg aan hem had verdiend en beweerde nooit afspraken te hebben gemaakt over een verbouwing voor een wereldpremière waarvoor Deventer helemaal geen passende plek zou zijn.
Kerksteeg
De hoek van de Kerksteeg diende als decor voor een dramatische scène waarin een verzetsleider zijn overleden zoon achterlaat. De opnames in Deventer trokken altijd veel bekijks. Ook bij het filmen in de Kerksteeg, werden de acteurs op de vingers gekeken door een nieuwsgierige menigte.
Deze inhoud kan niet worden weergegeven.
Om deze inhoud te kunnen tonen, hebben we toestemming nodig voor het plaatsen van marketing cookies.
Voor Deventenaren was en is het vrijwel onmogelijk om A Bridge Too Far los te zien van hun stad en de inwoners. Leny Stappers, die ook meespeelde als figurant op de Brink zei daarover: “Toen ik de uiteindelijke film zag, kon ik me niet echt inleven in het verhaal, omdat ik steeds bekende mensen en bekende Deventer-locaties zag. In de film zie je een oud vrouwtje eenzaam in een straatje tussen de kapotgeschoten huizen lopen. Dit had deerniswekkende emotie bij mij moeten oproepen, maar ik kon alleen maar denken: hé, daar loopt Toet.”
Bergschild & Rijkmanstraat
Maandag 26 april 1976 was het eindelijk zover. Om kwart voor tien ’s morgens kraakte de stem van Richard Attenborough via een megafoon door het Bergkwartier. Niet bij de brug, maar hier vond de eerste scène van A Bridge Too Far in Deventer plaats.
Camera’s en lampen stonden opgesteld. Mannelijke figuranten waren aangekleed als Duitse soldaat. Vrouwen als Moffenmeid of Grijze Muis, destijds de benamingen voor Duitse militairen. Op de planning stond een scène waarin een stoet terneergeslagen Duitsers wegtrekt uit Arnhem.
In het draaiboek een loopje van niks. Via de Menstraat, over het Bergschild de Rijkmanstraat in. In de praktijk een minutieuze operatie, zo merkten de figuranten. Hun dag begon al om half zeven ’s morgens in Twello, om te worden omgekleed en waar nodig geknipt. Talloze keren moest het loopje over.
Herman Remmelenkamp was één van de figuranten en zegt hierover: “Ik moest als soldaat ‘gewoon’ op straat liggen. Door een megafoon kregen we aanwijzingen: 'stilte‘, dan een klapbord en ‘action’. Die opnames gingen wel vier of vijf keer over. Geen idee waarom. Er werd niet uitgelegd waarom een scène over moest. Ik denk dat we op mijn eerste draaidag wel zes uur op de set aanwezig waren. Het bestond vooral uit wachten, wachten en overdoen. Voor eten en drinken werd gezorgd. Ik herinner me vooral de lekkere gebakjes van een bekende Deventer bakkerij.”
’s Middags stond deze scène er dan toch echt op en kon de filmploeg verder met binnenopnames in Rijkmanstraat 48. In de uiteindelijke film is dit de eerste scène waarin de brug te zien is, verstopt in de verte. In de spiegeling van het raam waaruit acteur Erik van ’t Wout kijkt, sjokken soldaten de stad uit.
Deventer wist deze eerste draaidag de rol van Arnhem glansrijk te vervullen.
Deze inhoud kan niet worden weergegeven.
Om deze inhoud te kunnen tonen, hebben we toestemming nodig voor het plaatsen van marketing cookies.
Assenstraat
Voor de allerlaatste buitenopnames in Deventer, op 23 september 1976, volstaat een lading puin in en rond meerdere straten van de binnenstad, waaronder het Burseplein, Muggeplein en de Assenstraat. Samen met de nodige rook en vlammen is dit voldoende om het te laten lijken op het nasmeulende Arnhem van september ’44. De filmopnames in de Assenstraat, die overigens niet in de film zijn gebruikt, waren een van de laatste in de stad Deventer, waar destijds niemand meer opkeek van rookwolken en schietgeluiden. Het eerder onbegrensde begrip voor alle toeters en bellen begon wat af te nemen. Nieuwsgierigen die toch afkwamen op de bedrijvigheid, zagen bij de afzetting voor de Assenstraat een bordje hangen: “Ter Hoeven Verf ondanks de film toch geopend. Laat de tanks u niet ontmoedigen.”
Levine had in eerste instantie zijn oog laten vallen op Deventer vanwege Wilhelminabrug, maar maakte ook vrij snel duidelijk dat de destijds nogal vervallen delen van de Deventer binnenstad zijn interesse hadden. En soms had de crew ook geluk, wat betreft het vinden van voordelig verval. Toen op 15 juni 1976 een van de decorhuizen per ongeluk vlam vatte, bleef tussen het blussen door voor de zekerheid één camera draaien. Mooie opnames van een vlammenzee komen in een oorlogsfilm altijd van pas. Iets soortgelijks gebeurde er na een echte brand in de voormalige rijwielfabriek van Burgers, aan de Rozengaarderweg. Het sloopbedrijf werd gevraagd even te wachten met opruimen. Eerst joeg de crew nog snel een tank door de restanten van een geblakerde muur.
Deze inhoud kan niet worden weergegeven.
Om deze inhoud te kunnen tonen, hebben we toestemming nodig voor het plaatsen van marketing cookies.
Polstraat
Om de brug te bereiken, sloop Anthony Hopkins (in de rol van generaal John D. Frost) met zijn manschappen door de Polstraat. Anthony Hopkins kon voor zijn rol rekenen op even uniek als waardevol advies. Frost, die als luitenant-kolonel tijdens de Slag om Arnhem daadwerkelijk leidinggaf aan het bataljon Britse parachutisten, was op uitnodiging van Attenborough en Levine vanuit zijn schapenboerderij in Engeland naar Deventer gekomen.
Overnachten deed hij in een camper op de Worp. Aan het Deventer Dagblad liet hij weten dat hij het belangrijk vond dat er met A Bridge Too Far een realistische oorlogsfilm kwam, zodat de hele wereld kon zien hoe Operation Market Garden is verlopen. Op de uitnodiging om te adviseren was hij met plezier ingegaan. Zo kon hij aan Hopkins uitleggen dat hij minder hard moet lopen, omdat de vijand anders denkt dat hij bang voor ze is. Naast Frost stonden ook de echte generaal Gavin, generaal Horrocks, Urquhart en brigadier Vandeleur klaar om filmploeg inclusief acteurs te voorzien van militair advies.
Duimpoort
Met de brug op de achtergrond leverde ook Duimpoort een passend decor voor diezelfde sluipscène. Wie goed kijkt ziet in de scene een muur, die hier in werkelijkheid niet staat. Het betrof hier een decorwand, inclusief propaganda-posters.
Deze inhoud kan niet worden weergegeven.
Om deze inhoud te kunnen tonen, hebben we toestemming nodig voor het plaatsen van marketing cookies.
Bokkingshang
Met levensgrote decorhuizen langs de brug veranderde Deventer in het Arnhem van 1944. De huizen waren van hout, zodat ze tijdens de opnames makkelijk kapot te schieten waren.
Vier maanden voor de eerste opnames op en rondom de brug begonnen Engelse vaklui aan de bouw van de huizen. Werkplaats hiervoor was de loods van de voormalige Davo-haardfabriek, op het verderop gelegen industrieterrein.
Aan de wanden in de loods hingen honderden foto’s en stond een heuse maquette. Het waren voorbeelden, aan de hand waarvan de gespecialiseerde decorbouwers de klus moesten klaren. Op de foto’s waren vooral gevels te zien van gebouwen in de binnenstad van Deventer. Een passend ornament werd naar voorbeeld nagemaakt in gips en verwerkt in het houten decorhuis. De maquette toonde de situatie bij de brug, zoals die er straks uit komt te zien. De brug zelf en aan weerszijden de Arnhemse huizen waren tot in detail uitgewerkt. Zelfs de Panoramaflat was nagemaakt, zodat alvast bekeken kon worden hoe die straks consequent uit beeld kan blijven.
De grote baas in de hallen van Davo heette Terry Marsh, een zeer ervaren production designer die eerder twee Oscars won met zijn werk. Veel van het benodigde materiaal voor de decorhuizen kwam van Deventer bedrijven. Verenigde Houthandel ’t Noord-Oosten B.V. deed goede zaken met Marsh. Ook houthandel P. Stoffel zag de orders binnenstromen, vrijwel direct gevolgd door een betaling. Levine hield zich daarmee keurig aan de afspraak om zaken te doen met de Deventer middenstand.
In de tweede week van februari werden aan weerszijde van de brug, in de Emmastraat en Bokkingshang de enorme houten panelen op een fundering gemonteerd. Als reuzen rezen de decorhuizen op langs de brug kreeg de omgeving van de brug een volledig ander gezicht. Deventer veranderde een filmstad. In de periode die volgden trokken de huizen veel bekijks. Na twee maanden opnames waren de houten decorhuizen veranderd in een puinhoop, precies zoals Levine wenste voor zijn oorlogsfilm.
Deze inhoud kan niet worden weergegeven.
Om deze inhoud te kunnen tonen, hebben we toestemming nodig voor het plaatsen van marketing cookies.
Wilhelminabrug
De sterspeler in A Bridge Too Far was de Wilhelminabrug. Om alle actie, waarbij de vlammen soms tot boven de boog kwamen, te kunnen filmen werd de brug twee keer een week afgesloten. Huis-aan-huis werd een brochure verspreid, getiteld Deventer Filmstad, waarin de definitieve data stonden vermeld waarop de Wilhelminabrug werd afgesloten: van 16 tot 24 mei en van 14 tot 21 juni.
In de eerste week waarin de crew de brug tot hun beschikking heeft, worden knalharde vechtscènes gefilmd. Eenmaal in de film zijn dit de opnames waarbij Frost en zijn troepen het vuur openen op de Duitse vijand, die hierop reageert met grof pantsergeschut. Rookwolken walmde van de brug, die op bepaalde plekken zwart was geverfd om extra gehavend te lijken. Toezeggingen over het later in de studio toevoegen van oorlogsgeluiden bleken te zijn vergeten. Tot ver op de Welle hoorden de toeschouwers ratelende mitrailleurs, ontploffingen en schurend staal. Andere momenten was het weer stil, of klonken alleen stemmen uit de megafoon.
Ondertussen probeerde het gewone leven zijn weg te vinden, in een week zonder brug. Tijdelijke stoplichten en vele omleidingen vormden een verkeerspuzzel, waarvan alleen een aparte werkgroep het overzicht kende. Op het water vingen veerponten de drukte op. Voetgangers en fietsen voeren kosteloos over op de boten van Rederij Smeets. De bus, hulpdiensten en langzaam verkeer maakten de overtocht per militaire veerpont. Zoals afgesproken was het fietspad op de brug tussen 17.00 uur en 08.30 uur toegankelijk voor fietsers en voetgangers, die in hun alledaagse kleding nieuwsgierig langs de grimmige resten van een oorlogsscène de IJssel overstaken.
Na de twee weken van opnames werd de spotlight in augustus nog één keer op de brug gericht, voor een nachtopname waarbij de brug in brand werd gezet. Cornelius Ryan beschreef in zijn boek hoe de verf van de Rijnbrug vlamvatte tijdens gevechten. Dit kenmerkend detail van de Slag om Arnhem was zodoende onmisbaar bij de verfilming. Hierna kreeg Deventer de brug terug. Op een enkele kleine beschadiging na was deze ongeschonden uit de strijd gekomen.
Deze inhoud kan niet worden weergegeven.
Om deze inhoud te kunnen tonen, hebben we toestemming nodig voor het plaatsen van marketing cookies.
Stadhuis van Deventer (Grote Kerkhof 4)
Op steenworp afstand van de Wilhelminabrug vonden op 21 juni 1976 opnames plaats in het stadhuis. De plek waar Levine nog geen jaar eerder zijn filmplannen aan de gemeente presenteerde bleek prima inzetbaar als hoofdkwartier van de Duitse generaal Bittrich, gespeeld door Maximilian Schell.
Deze inhoud kan niet worden weergegeven.
Om deze inhoud te kunnen tonen, hebben we toestemming nodig voor het plaatsen van marketing cookies.
Lebuinuskerk & Grijze silo
In Deventer is ook de scène opgenomen waarin de generaals het lot van Urquhart bespreken en uitkijkend over Nederland terugblikken op de mislukte operatie. Anders dan de uiteindelijke filmscène doet vermoeden stonden de heren niet op een kerktoren (in de film de Lebuinustoren). Deze opname met de acteurs is anderhalve kilometer verderop gemaakt, op de Grijze silo in het Havenkwartier.
Deze inhoud kan niet worden weergegeven.
Om deze inhoud te kunnen tonen, hebben we toestemming nodig voor het plaatsen van marketing cookies.
Buiten het centrum van Deventer zijn nog twee locaties het bezoeken waard:
Zandweerd
In de Zandweerd zijn gvechtsscènes gefilmd bij het Gerard Ter Borchplein en de Zandweerdsweg. Generaal-majoor Urquhart kreeg op 17 september 1944 na zijn landing ten westen van Arnhem geen radiocontact met de andere bataljons. Om zicht te houden op hun opmars naar de Rijnbrug besloot hij Arnhem in te trekken, waar hij vastliep in een woonwijk. Omringd door Duitsers zat Urquhart 36 uur verscholen op de zolder van een rijtjeshuis.
Twee zonnige juli-dagen in 1976 waren nodig om deze gebeurtenissen na te spelen in Deventer. De locatie hiervoor is de wijk Zandweerd. Leunend in deuropeningen, achter dranghekken en vanachter hun ramen, zagen buurtbewoners hoe Sean Connery dekking zocht langs het Gerard Ter Borchplein en er beter afkwam dan zijn brigadier, die met een kogel in zijn lijf neerviel op het grasveldje voor hun huis. Een dag later trilde de naastgelegen Zandweerdsweg van de Duitse tank die erdoorheen ratelde.
Deze inhoud kan niet worden weergegeven.
Om deze inhoud te kunnen tonen, hebben we toestemming nodig voor het plaatsen van marketing cookies.
Het Schol
(Wilpsedijk 10, Wilp) overtuigt in de film als Hotel Hartenstein, hoofdkwartier van de Britse luchtlandingstroepen. De filmcrew had bij aanvang in Deventer in 1976 nog geen geschikte locatie op het oog. Het echte Hotel Hartenstein in Oosterbeek was geen optie, omdat het in gebruik was als hotel en graag heel wilde blijven. Terwijl de crew zocht naar een villa die, net als de decorhuizen, wel mocht veranderen in een ruïne, wees de gemeente hen op Het Schol.
De overeenkomsten tussen Het Schol en Hotel Hartenstein waren verbluffend. In de weken die volgden kreeg het pand aan de Wilpsedijk een flinke opknapbeurt. Grote letters glommen boven de ingang: Restaurant Park-Hotel Hartenstein. Enkele maanden later was daar weinig van over. Het Schol oogt aan het einde van de film als een verwoeste en zwartgeblakerde bouwval.
Deze inhoud kan niet worden weergegeven.
Om deze inhoud te kunnen tonen, hebben we toestemming nodig voor het plaatsen van marketing cookies.