Skip to main content

A Bridge Too Far, Hollywood in Deventer

vanaf 28-03

Dit jaar is het 50 jaar geleden dat de filmproductie van klassieker ‘A Bridge Too Far’ in Deventer neerstreek. In 1976 was de stad compleet in de ban van de brug. De grootschalige verfilming van Operatie Market Garden trok maar liefst veertien internationale filmsterren, onder wie Sean Connery en Anthony Hopkins, naar de stad.

Museum De Waag viert vanaf 28 maart 2026 de opnames van de toen duurste film aller tijden met een tentoonstelling in De Waag. Ook stadswandelingen naar filmlocaties, verhalenbijeenkomsten en speciale VIP-avonden met gratis entree zijn onderdeel van de viering. Verder wordt een rijkelijk geïllustreerd boek met verhalen en herinneringen aan de film uitgebracht. Intussen is het museum bezig om te verkennen of een gedenkplaquette aan de brug te realiseren valt.

Filmopnamen voor A Bridge Too Far in Deventer. Soldaten trekken over de brug op 18 mei 1976 (Foto door Rob Mieremet Anefo en Nationaal Archief)
Filmopnamen voor A Bridge Too Far in Deventer. Soldaten trekken over de brug op 18 mei 1976 (Foto door Rob Mieremet Anefo en Nationaal Archief)

Deventer fungeerde in 1976 als filmdecor omdat Arnhem, het werkelijke strijdtoneel van de Tweede Wereldoorlog operatie ‘Market Garden’, na de oorlog zodanig was gemoderniseerd dat het historische karakter grotendeels verloren was gegaan. Deventer bood daarentegen een authentieke, sobere en licht vervallen stadsomgeving. Dat de Wilhelminabrug in Deventer sterk leek op de Arnhemse Rijnbrug, maakte de stad tot het meest passende decor.

Veel bekijks bij een tank in wijk de Zandweerd in Deventer. (Foto Beeldarchief Gilde Deventer)
Veel bekijks bij een tank in wijk de Zandweerd in Deventer (Foto Beeldarchief Gilde Deventer)

Voor veel inwoners was het een bijzondere periode waarin het dagelijkse stadsbeeld ineens werd gevuld met honderden voertuigen, duizenden figuranten en enorme decors en explosies. De film, geregisseerd door Richard Attenborough, werd de duurste filmproductie van zijn tijd en laat tot op heden nog steeds sporen na in het collectieve geheugen van de stad.

Special effects op de Wilhelminabrug in Deventer. (Foto Beeldarchief Gilde Deventer)
Special effects op de Wilhelminabrug in Deventer (Foto Beeldarchief Gilde Deventer)

Tentoonstelling
Vanaf 28 maart 2026 presenteert Museum De Waag de tentoonstelling ‘A Bridge Too Far, Hollywood in Deventer'. De tentoonstelling neemt je mee terug in de tijd van die historische filmopnames. Met foto’s en video’s van Beeldarchief Gilde Deventer, rekwisieten uit de film en persoonlijke verhalen kom je, veel te weten over de impact die de film op de stad en haar inwoners had. De tentoonstelling wordt mede mogelijk gemaakt door gemeente Deventer, VSBfonds, Fonds Sluyterman van Loo en het Cultuurfonds Overijssel.

Filmopnamen A Bridge Too Far in Deventer soldaten trekken over de brug 18 mei 1976 (Foto door Rob Mieremet Anefo en Nationaal Archief)
Filmopnamen voor A Bridge Too Far in Deventer. Soldaten trekken over de brug 18 mei 1976 (Foto door Rob Mieremet Anefo en Nationaal Archief)

Breed programma
Aan de tentoonstelling zijn ook verschillende verhalenbijeenkomsten verbonden. Ooggetuigen worden uitgenodigd om foto’s, documenten, filmfragmenten en persoonlijke anekdotes te delen. In het kader van vijftig jaar ‘A Bridge Too Far’ mag een speciale publicatie over het, volgens sommigen, slaperig provinciestadje dat geheel toevallig onderdeel werd van een internationaal filmavontuur en zich hierin dankbaar liet meeslepen, niet ontbreken. Maar ook een speciale stadswandeling die bezoekers meeneemt langs verschillende filmlocaties in Deventer is een onderdeel van de programmering.

Activiteiten

  • Doen: Maak je eigen film!

  • Aan de slag: filmprop knutselen

  • V.I.P. avonden

  • Verhalenbijeenkomsten

  • Stadswandeling: A Bridge Too Far, Hollywood in Deventer

Over de filmlocaties

  • Inleiding

  • Van geschiedenis naar boek en film

  • Waarom Deventer als filmdecor werd gekozen

  • Een grote kans voor Deventer

  • Filmopnames in Deventer (1976)

Filmlocaties in Deventer

De Brink

Op 16 augustus 1976 stond de Brink vol met jeeps. Parkeermeters en lantaarnpalen waren verwijderd, aangezien die dertig jaar geleden nog niet bestonden. Soepel reed die ochtend een jeep met daarin acteur Edward Fox vanaf De Waag richting de Golstraat. Fox speelde generaal Horrocks en de Brink is in de film het Belgische Leopoldsburg, waar Horrocks de grondtroepen in 1944 uitlegde welke immense operatie hen te wachten stond.

Een kleine week later was de Brink op zondag 22 augustus 1976 opnieuw het middelpunt van de film. Dit keer nam het plein de rol aan van Eindhoven, waar op 18 september 1944 de bevrijding plaatsvond. Het moest een immense scène worden, waarvoor ruim duizend figuranten zich hebben gemeld.

Attenborough was die opnamedag blij met de enorme opkomst. Mooi dat alle kapsels en kleding tot in detail waren aangepast aan die van 1944. Maar het moest van hem allemaal veel uitbundiger. “Jullie hebben net vijf jaar oorlog achter de rug. Dan mag je wel wat enthousiaster zijn!”, schalde hij over de Brink.

De menigte joelde, harder en harder. Onafgebroken speelde draaiorgel De Turk ‘Oranje Boven’. Een massa van oranje en rood-wit-blauw, bewoog langs De Waag. Een parade van pantserwagens en jeeps werd juichend en zwaaiend onthaald. Te midden van alle oranje-euforie volgde een dialoog tussen kolonels Stout en Vandeleur, gespeeld door Elliott Gould en Michael Caine. Natuurlijk moest ook deze scène keer op keer opnieuw. Niemand vond het erg. Wie niet mee kon spelen, stond achter de hekken bij het Bergkwartier. Rijendik zag het publiek hoe op de Brink het verleden herleefde en nieuwe geschiedenis werd geschreven. Voor de film en de stad.

Luxor

In de grote zaal van de voormalige Luxor bioscoop is de scène gefilmd waarin generaal Horrocks zijn troepen toespreekt. Voor een immense landkaart enthousiasmeert Horrocks de zaal over het plan van duizenden parachutisten, te overwinnen bruggen en de kans om in hoog tempo voor goed af te rekenen met de vijand. Geen makkelijke operatie, geeft hij toe. Wel een avontuur dat hij voor geen prijs wil missen. ‘Een verhaal dat je aan je kleinkinderen zult vertellen.’

In dezelfde zaal vond 21 juni 1977 de Europese première van A Bridge Too Far plaats. Het was een avond met gemengde gevoelens. Na een feestelijk afscheid in oktober 1976 raakten de verhoudingen tussen Joseph Levine en Deventer ernstig bekoeld. Van de eerder vastgelegde afspraak om de wereldpremière te houden in Deventer bleef uiteindelijk niet meer over dan eerste Europese vertoning, een dag voor de gala-première in Amsterdam.

De precieze oorzaak van deze afloop is nooit helemaal helder geworden. Levine bleek eenmaal vertrokken minder makkelijk bereikbaar dan tijdens zijn verblijf langs de IJssel, terwijl er nog zaken afgehandeld diende te worden. Zo had de gemeente aan Levine een voorstel gestuurd voor de verbouwing van de schouwburg, om deze gereed te maken voor de beloofde wereldpremière.

Levine op zijn beurt liet na een lange radiostilte uiteindelijk weten dat Deventer wel genoeg aan hem had verdiend en beweerde nooit afspraken te hebben gemaakt over een verbouwing voor een wereldpremière waarvoor Deventer helemaal geen passende plek zou zijn.

Kerksteeg

De hoek van de Kerksteeg diende als decor voor een dramatische scène waarin een verzetsleider zijn overleden zoon achterlaat. De opnames in Deventer trokken altijd veel bekijks. Ook bij het filmen in de Kerksteeg, werden de acteurs op de vingers gekeken door een nieuwsgierige menigte.

Voor Deventenaren was en is het vrijwel onmogelijk om A Bridge Too Far los te zien van hun stad en de inwoners. Leny Stappers, die ook meespeelde als figurant op de Brink zei daarover:  “Toen ik de uiteindelijke film zag, kon ik me niet echt inleven in het verhaal, omdat ik steeds bekende mensen en bekende Deventer-locaties zag. In de film zie je een oud vrouwtje eenzaam in een straatje tussen de kapotgeschoten huizen lopen. Dit had deerniswekkende emotie bij mij moeten oproepen, maar ik kon alleen maar denken: hé, daar loopt Toet.”

Bergschild & Rijkmanstraat

Maandag 26 april 1976 was het eindelijk zover. Om kwart voor tien ’s morgens kraakte de stem van Richard Attenborough via een megafoon door het Bergkwartier. Niet bij de brug, maar hier vond de eerste scène van A Bridge Too Far in Deventer plaats.

Camera’s en lampen stonden opgesteld. Mannelijke figuranten waren aangekleed als Duitse soldaat. Vrouwen als Moffenmeid of Grijze Muis, destijds de benamingen voor Duitse militairen. Op de planning stond een scène waarin een stoet terneergeslagen Duitsers wegtrekt uit Arnhem.

In het draaiboek een loopje van niks. Via de Menstraat, over het Bergschild de Rijkmanstraat in. In de praktijk een minutieuze operatie, zo merkten de figuranten. Hun dag begon al om half zeven ’s morgens in Twello, om te worden omgekleed en waar nodig geknipt. Talloze keren moest het loopje over.

Herman Remmelenkamp was één van de figuranten en zegt hierover: “Ik moest als soldaat ‘gewoon’ op straat liggen. Door een megafoon kregen we aanwijzingen: 'stilte‘, dan een klapbord en ‘action’. Die opnames gingen wel vier of vijf keer over. Geen idee waarom. Er werd niet uitgelegd waarom een scène over moest. Ik denk dat we op mijn eerste draaidag wel zes uur op de set aanwezig waren. Het bestond vooral uit wachten, wachten en overdoen. Voor eten en drinken werd gezorgd. Ik herinner me vooral de lekkere gebakjes van een bekende Deventer bakkerij.”

’s Middags stond deze scène er dan toch echt op en kon de filmploeg verder met binnenopnames in Rijkmanstraat 48. In de uiteindelijke film is dit de eerste scène waarin de brug te zien is, verstopt in de verte. In de spiegeling van het raam waaruit acteur Erik van ’t Wout kijkt, sjokken soldaten de stad uit.

Deventer wist deze eerste draaidag de rol van Arnhem glansrijk te vervullen.

Assenstraat

Voor de allerlaatste buitenopnames in Deventer, op 23 september 1976, volstaat een lading puin in en rond meerdere straten van de binnenstad, waaronder het Burseplein, Muggeplein en de Assenstraat. Samen met de nodige rook en vlammen is dit voldoende om het te laten lijken op het nasmeulende Arnhem van september ’44. De filmopnames in de Assenstraat, die overigens niet in de film zijn gebruikt, waren een van de laatste in de stad Deventer, waar destijds niemand meer opkeek van rookwolken en schietgeluiden. Het eerder onbegrensde begrip voor alle toeters en bellen begon wat af te nemen. Nieuwsgierigen die toch afkwamen op de bedrijvigheid, zagen bij de afzetting voor de Assenstraat een bordje hangen: “Ter Hoeven Verf ondanks de film toch geopend. Laat de tanks u niet ontmoedigen.”

Levine had in eerste instantie zijn oog laten vallen op Deventer vanwege Wilhelminabrug, maar maakte ook vrij snel duidelijk dat de destijds nogal vervallen delen van de Deventer binnenstad zijn interesse hadden. En soms had de crew ook geluk, wat betreft het vinden van voordelig verval. Toen op 15 juni 1976 een van de decorhuizen per ongeluk vlam vatte, bleef tussen het blussen door voor de zekerheid één camera draaien. Mooie opnames van een vlammenzee komen in een oorlogsfilm altijd van pas. Iets soortgelijks gebeurde er na een echte brand in de voormalige rijwielfabriek van Burgers, aan de Rozengaarderweg.  Het sloopbedrijf werd gevraagd even te wachten met opruimen. Eerst joeg de crew nog snel een tank door de restanten van een geblakerde muur.

Polstraat

Om de brug te bereiken, sloop Anthony Hopkins (in de rol van generaal John D. Frost) met zijn manschappen door de Polstraat. Anthony Hopkins kon voor zijn rol rekenen op even uniek als waardevol advies. Frost, die als luitenant-kolonel tijdens de Slag om Arnhem daadwerkelijk leidinggaf aan het bataljon Britse parachutisten, was op uitnodiging van Attenborough en Levine vanuit zijn schapenboerderij in Engeland naar Deventer gekomen.

Overnachten deed hij in een camper op de Worp.  Aan het Deventer Dagblad liet hij weten dat hij het belangrijk vond dat er met A Bridge Too Far een realistische oorlogsfilm kwam, zodat de hele wereld kon zien hoe Operation Market Garden is verlopen. Op de uitnodiging om te adviseren was hij met plezier ingegaan. Zo kon hij aan Hopkins uitleggen dat hij minder hard moet lopen, omdat de vijand anders denkt dat hij bang voor ze is. Naast Frost stonden ook de echte generaal Gavin, generaal Horrocks, Urquhart en brigadier Vandeleur klaar om filmploeg inclusief acteurs te voorzien van militair advies.

Duimpoort

Met de brug op de achtergrond leverde ook Duimpoort een passend decor voor diezelfde sluipscène. Wie goed kijkt ziet in de scene een muur, die hier in werkelijkheid niet staat. Het betrof hier een decorwand, inclusief propaganda-posters.

Bokkingshang

Met levensgrote decorhuizen langs de brug veranderde Deventer in het Arnhem van 1944. De huizen waren van hout, zodat ze tijdens de opnames makkelijk kapot te schieten waren.

Vier maanden voor de eerste opnames op en rondom de brug begonnen Engelse vaklui aan de bouw van de huizen. Werkplaats hiervoor was de loods van de voormalige Davo-haardfabriek, op het verderop gelegen industrieterrein.

Aan de wanden in de loods hingen honderden foto’s en stond een heuse maquette. Het waren voorbeelden, aan de hand waarvan de gespecialiseerde decorbouwers de klus moesten klaren. Op de foto’s waren vooral gevels te zien van gebouwen in de binnenstad van Deventer. Een passend ornament werd naar voorbeeld nagemaakt in gips en verwerkt in het houten decorhuis. De maquette toonde de situatie bij de brug, zoals die er straks uit komt te zien. De brug zelf en aan weerszijden de Arnhemse huizen waren tot in detail uitgewerkt. Zelfs de Panoramaflat was nagemaakt, zodat alvast bekeken kon worden hoe die straks consequent uit beeld kan blijven.

De grote baas in de hallen van Davo heette Terry Marsh, een zeer ervaren production designer die eerder twee Oscars won met zijn werk. Veel van het benodigde materiaal voor de decorhuizen kwam van Deventer bedrijven. Verenigde Houthandel ’t Noord-Oosten B.V. deed goede zaken met Marsh. Ook houthandel P. Stoffel zag de orders binnenstromen, vrijwel direct gevolgd door een betaling. Levine hield zich daarmee keurig aan de afspraak om zaken te doen met de Deventer middenstand.

In de tweede week van februari werden aan weerszijde van de brug, in de Emmastraat en Bokkingshang de enorme houten panelen op een fundering gemonteerd. Als reuzen rezen de decorhuizen op langs de brug kreeg de omgeving van de brug een volledig ander gezicht. Deventer veranderde een filmstad. In de periode die volgden trokken de huizen veel bekijks. Na twee maanden opnames waren de houten decorhuizen veranderd in een puinhoop, precies zoals Levine wenste voor zijn oorlogsfilm.

Wilhelminabrug

De sterspeler in A Bridge Too Far was de Wilhelminabrug. Om alle actie, waarbij de vlammen soms tot boven de boog kwamen, te kunnen filmen werd de brug twee keer een week afgesloten. Huis-aan-huis werd een brochure verspreid, getiteld Deventer Filmstad, waarin de definitieve data stonden vermeld waarop de Wilhelminabrug werd afgesloten: van 16 tot 24 mei en van 14 tot 21 juni.

In de eerste week waarin de crew de brug tot hun beschikking heeft, worden knalharde vechtscènes gefilmd. Eenmaal in de film zijn dit de opnames waarbij Frost en zijn troepen het vuur openen op de Duitse vijand, die hierop reageert met grof pantsergeschut. Rookwolken walmde van de brug, die op bepaalde plekken zwart was geverfd om extra gehavend te lijken. Toezeggingen over het later in de studio toevoegen van oorlogsgeluiden bleken te zijn vergeten. Tot ver op de Welle hoorden de toeschouwers ratelende mitrailleurs, ontploffingen en schurend staal. Andere momenten was het weer stil, of klonken alleen stemmen uit de megafoon.

Ondertussen probeerde het gewone leven zijn weg te vinden, in een week zonder brug. Tijdelijke stoplichten en vele omleidingen vormden een verkeerspuzzel, waarvan alleen een aparte werkgroep het overzicht
kende. Op het water vingen veerponten de drukte op. Voetgangers en fietsen voeren kosteloos over op de boten van Rederij Smeets. De bus, hulpdiensten en langzaam verkeer maakten de overtocht per militaire
veerpont. Zoals afgesproken was het fietspad op de brug tussen 17.00 uur en 08.30 uur toegankelijk voor fietsers en voetgangers, die in hun alledaagse kleding nieuwsgierig langs de grimmige resten van een oorlogsscène de IJssel overstaken.

Na de twee weken van opnames werd de spotlight in augustus nog één keer op de brug gericht, voor een nachtopname waarbij de brug in brand werd gezet. Cornelius Ryan beschreef in zijn boek hoe de verf van de Rijnbrug vlamvatte tijdens gevechten. Dit kenmerkend detail van de Slag om Arnhem was zodoende onmisbaar bij de verfilming. Hierna kreeg Deventer de brug terug. Op een enkele kleine beschadiging na was deze ongeschonden uit de strijd gekomen.

Stadhuis van Deventer (Grote Kerkhof 4)

Op steenworp afstand van de Wilhelminabrug vonden op 21 juni 1976 opnames plaats in het stadhuis. De plek waar Levine nog geen jaar eerder zijn filmplannen aan de gemeente presenteerde bleek prima inzetbaar als hoofdkwartier van de Duitse generaal Bittrich, gespeeld door Maximilian Schell.

Lebuinuskerk & Grijze silo

In Deventer is ook de scène opgenomen waarin de generaals het lot van Urquhart bespreken en uitkijkend over Nederland terugblikken op de mislukte operatie. Anders dan de uiteindelijke filmscène
doet vermoeden stonden de heren niet op een kerktoren (in de film de Lebuinustoren). Deze opname met de acteurs is anderhalve kilometer verderop gemaakt, op de Grijze silo in het Havenkwartier.

Buiten het centrum van Deventer zijn nog twee locaties het bezoeken waard:

Zandweerd

In de Zandweerd zijn gvechtsscènes gefilmd bij het Gerard Ter Borchplein en de Zandweerdsweg. Generaal-majoor Urquhart kreeg op 17 september 1944 na zijn landing ten westen van Arnhem geen radiocontact met de andere bataljons. Om zicht te houden op hun opmars naar de Rijnbrug besloot hij Arnhem in te trekken, waar hij vastliep in een woonwijk. Omringd door Duitsers zat Urquhart 36 uur verscholen op de zolder van een rijtjeshuis.

Twee zonnige juli-dagen in 1976 waren nodig om deze gebeurtenissen na te spelen in Deventer. De locatie hiervoor is de wijk Zandweerd. Leunend in deuropeningen, achter dranghekken en vanachter hun ramen, zagen buurtbewoners hoe Sean Connery dekking zocht langs het Gerard Ter Borchplein en er beter afkwam dan zijn brigadier, die met een kogel in zijn lijf neerviel op het grasveldje voor hun huis. Een dag later trilde de naastgelegen Zandweerdsweg van de Duitse tank die erdoorheen ratelde.

Het Schol

(Wilpsedijk 10, Wilp) overtuigt in de film als Hotel Hartenstein, hoofdkwartier van de Britse luchtlandingstroepen. De filmcrew had bij aanvang in Deventer in 1976 nog geen geschikte locatie op het oog. Het echte Hotel Hartenstein in Oosterbeek was geen optie, omdat het in gebruik was als hotel en graag heel wilde blijven. Terwijl de crew zocht naar een villa die, net als de decorhuizen, wel mocht veranderen in een ruïne, wees de gemeente hen op Het Schol.

De overeenkomsten tussen Het Schol en Hotel Hartenstein waren verbluffend. In de weken die volgden kreeg het pand aan de Wilpsedijk een flinke opknapbeurt. Grote letters glommen boven de ingang: Restaurant Park-Hotel Hartenstein. Enkele maanden later was daar weinig van over. Het Schol oogt aan het einde van de film als een verwoeste en zwartgeblakerde bouwval.