Aan het einde van de negentiende eeuw zag ons land er heel anders uit dan vandaag de dag. Ongeveer een kwart was woest grond en de bebouwing vormde kleine plukjes in een weids landschap. Het landbouwgebied was heel gevarieerd en kleinschalig, het had een bijna parkachtig karakter.
Juist in die periode ontstond bij kunstenaars in grote steden een nieuwsgierigheid naar het buitengebied. Ze trokken er met potlood, tekenstift en papier op uit om het uitzicht vast te leggen. Ze kregen oog voor de rijkdom van de natuur en de poëzie die daarin besloten ligt.
Omringd door groen is Deventer ook nu nog een aangename stad om te wonen. Stad en het directe buitengebied zijn al eeuwenlang verenigd met elkaar. De stad bood veiligheid en welvaart aan de omgeving. Het buitengebied voorzag de burgers van voedsel. Rijke kooplieden en instellingen investeerden in landerijen en landgoederen. Op die wijze zijn prachtige oude boerderijen en buitenhuizen bewaard gebleven.
Deventer wordt geflankeerd door de IJsselvallei en het coulisselandschap van Salland en de Achterhoek. Nog altijd is dit buitengebied erg in trek. Ook hier bezochten kunstenaars de akkers, weiden en bossen. Met name de schilders van de Romantiek waren erg gecharmeerd van dit ‘ruige’ landschap. In de twintigste eeuw werd het verstilde buitengebied een tegenhanger van het industriële stedelijke leven.