Help! De vijand heeft Deventer ingesloten, schreef het stadsbestuur op 16 juni 1672 aan legerleider Willem III. De oorlog, die de Nederlandse Republiek vanaf dat voorjaar voerde, had de stad bereikt. Deze strijd was begonnen met een oorlogsverklaring van de Engelsen in maart. In april volgden de Fransen en in mei verklaarden ook de bisdommen Keulen en Münster de oorlog aan de republiek.
Gezien het grote aantal vijandelijke troepen besloten de Staten Generaal in Den Haag om Overijssel en Gelderland op te geven. Het grootste deel van het leger langs de IJssellinie trok zich terug naar Holland. De achtergebleven garnizoenen in de vestigingssteden waren aan hun lot overgelaten. Maar de Prins van Oranje kon gerust zijn. De stad zou zich ‘naar vermogen verdedigen, als eerlijke, vrome, trouwe en vaderlandslievende bondgenoten’.
Die verdediging verliep moeizaam. De vestingwerken waren in slechte staat. De stad werd aangevallen door de troepen van de bisschop van Keulen en door de troepen van ‘Bommen Berend’, de bijnaam van de Münsterse bisschop Bernhard van Galen. Na een korte belegering gaf de stad zich over. Dit zorgde voor veel onenigheid binnen het stadsbestuur. Ook buiten de stad werd de snelle overgave gezien als verraad aan de Republiek. In deze story leer je meer over de verschillende perspectieven op het Rampjaar in stad en kan je zelf oordelen of Deventer zich tot het uiterste had moeten verdedigen of er verstandig aan deed zich over te geven.